Doe – opdacht versus waarnemingsoefening

Frits Philips jr.Vanuit Inner Game bezien: doe – opdracht versus waarnemingsoefening.

Blog Frits Philips jr.
Op mijn broer – ook als golfmaat !- kan ik rekenen.

“Je buigt je linkerarm bij je backswing: die moet je recht houden!” zegt hij tegen mij.
Hij heeft een scherp oog voor wat ik “fout” doe …. en zal mij daar dan ook ogenblikkelijk op wijzen. Met de opperbeste bedoeling om mij te helpen mijn beste spel te spelen.
Natuurlijk heeft hij gelijk: zo krijg ik geen betrouwbaar resultaat. Maar het duurde toch een tijd – totdat ik me weer vertrouwd gemaakt had
met de “Inner Game “- voordat ik mijn voordeel kon doen met zulke suggesties. Want hoe meer ik – in die tussentijd – probeerde dit soort suggesties toe te passen, hoe minder er van terecht kwam: “Trying fails!” stelt Tim Gallwey, de grondlegger van de “Inner Game” dan ook. Waar zit ‘em dat in?

Als ik een “doe-opdracht” krijg – van een ander of van mijzelf – roept die vanzelf twijfel op: “gaat dat mij lukken of niet?” En zo’n prestatiespanning loopt mij voor de voeten, als ik ontspannen en geconcentreerd wil waarnemen, wat er precies gebeurt op het moment van de handeling. Ik neem mogelijk nog wel waar, of ik mijn arm heb gebogen, maar niet wanneer dat buigen precies begon en in welke mate dat gebeurde. Logisch, want daar had ik mijn aandacht ook niet op gericht!
Maar om te leren van mijn ervaring heb ik wel die verfijnde feedback nodig. En die krijg ik niet, wanneer mijn aandacht op een prestatiedoel (“houd je arm recht!”) gericht is.

“Wat dan wel, zul je terecht vragen, vanuit de Inner Game”

Wil ik zo nauwkeurig en gedetailleerd waarnemen, wat er tijdens de handeling precies gebeurt, dan heb ik allereerst vrede te sluiten met het feit, dat het is zoals het is. Ik heb de neiging om mijn arm te buigen, als ik mijn club wegneem van de bal. Zoals Deepak Chopra zegt: “acceptatie is – paradoxaal genoeg – een voorwaarde voor verandering.” Alleen vanuit die waardevrije houding kan ik verwachten, dat ik ook waarde vrij, ontspannen en precies waarneem, wat er gebeurt. Vandaar dat er in de visie van de “Inner Game” niets “goed” is of “slecht”, er is alleen maar, wat er is: punt!

Vanuit die waardevrije houding bouw ik de “doe – opdracht” om in een waarnemingsoefening.
“Kijk zo nauwkeurig mogelijk, waar mijn club is, wanneer mijn arm begint te buigen” of “Kijk naar de mate, waarin mijn arm buigt, op een schaal van 0 (= niet) naar 5 (= maximaal).” Wat mij aanspreekt in een waarnemingsoefening, is dat die geen spanning oproept, omdat hij niet “fout” kan gaan. Hooguit heb ik niets waargenomen…. en dat heb ik dan toch maar mooi waargenomen!

Dóór naar de volgende drive, approach, chip of putt – oefening!

Het probleem van elke golfspeler is, dat hij het zo snel mogelijk “goed” wil doen…. en daar wil elke golfpro – alsook mijn broer! – ons mee helpen. Dat streven werkt vaak juist belemmerend, wanneer het ons gaat om te leren van onze ervaring, waar we ons met de “Inner Game” onder andere op richten.
Maar ook daar is, vanuit de “Inner Game” niets verkeerd mee: alleen spelen we dan de “Inner Game” niet .

Frits Philips – December 2014