Een korte training voor team Jacco Verhaeren

Jacco ’s eigen reactie : ” Dit was voor mij een nuttige opfrisser om nog beter te beseffen , dat mijn rol als coach van de coaches niet is om mijn antwoorden te geven op hun vragen , maar om hen te helpen hun eigen antwoorden te vinden ! Wat een leuke en speelse manier om zó lerend bezig te zijn ! “

” Inner Game Coaching ” 

Jacco en ik (Frits Philips) hadden er al jaren op zitten vlassen : een mogelijkheid om zijn coaches van” Swimming Australia ” kennis te laten maken met de ” inner Game ” en met “Inner Game ” coaching . We hadden samen al eerder gezien , hoe effectief ” Inner Game ” coaching kan zijn . Dat gebeurde , toen Marleen Veldhuis zich in April 2012 nog moest kwalificeren voor de Olympische Spelen en dacht – evenals Jacco , trouwens – dat zij een probleem had met starten .

Een half uur werken met de “Inner Game ” en  5 keer starten gaven haar de ervaring  en het inzicht , dat zij helemaal geen probleem met starten had . Ervaring is en blijft de beste – want meest overtuigende ! – leermeester . Dat experiment heeft op ons alle drie een enorme indruk gemaakt : dat de ” Inner Game ” zo snel kan werken !

En nu kwam het er van : Jacco was met de hele Australische zwemploeg in Eindhoven ,in Juli van dit jaar , ter voorbereiding van de Wereldkampioenschappen , die later in Boedapest gehouden werden . En zo kwam een lang gekoesterde droom in vervulling !

Op 15 Juli ’s middags om 14 uur gingen Jeroen Jonk , Michel de Rooij en ik aan de slag met 12 zwemcoaches , Georgia – de psychologe , die hen begeleidt – en Jacco zèlf .

En spelenderwijs – al puttend op een oefengreen in Valkenswaard – ontdekten zij , waar het bij de ” Inner Game ” om gaat : ontspannen , waardevrij èn geconcentreerd op het moment van de handeling waarnemen wat er gebeurt .

 

Putten op een green levert de perfecte combinatie van actie , waarneming en reflectie om hier spelend en lerend mee bezig te zijn ! Nadat zij hier enige tijd ervaring mee hadden opgedaan , kwam de vraag aan de orde ,in hoeverre deze benadering verschilde met hoe zij zelf gewend waren om te coachen of gecoached te worden .

Antwoord : ” ja , jullie geven geen opdrachten ,stellen alleen vragen , laten ons zèlf bepalen waar we onze aandacht op willen richten en vragen ons achteraf , hoe we iets ervaren hebben . ” En , ja , het beviel goed en maakte hen wel nieuwsgierig .

En , ja , tijdens een korte pauze  bleken zij ook geïnteresseerd om zelf met deze methode te experimenteren . Zo gezegd , zo gedaan : in trio’s van speler , coach en observator – in wisselende rollen – gingen zij aan de slag , met ons drie trainers als “achtervanger” om hier en daar een vraag te beantwoorden en een suggestie te doen .

Zo samen spelenderwijs lerend onderweg werkt in hoge mate verbindend en aanstekelijk en het is mooi om te zien , hoe leren , genieten en presteren dan moeiteloos met elkaar gepaard gaan .

Natuurlijk moest er voor deze strijdlustige Aussies wel een putting wedstrijd  geboden worden , waarin zij konden testen , hoe goed zij de “Inner Game ” konden toepassen . De eerste wedstrijd zonder coaching van onze kant , de tweede mèt ….voor wie wilde . De spanning steeg …met groot gejuich , toen één van de laatste putts -over 10 meter – ook echt viel ! De onderlinge uitwisseling over wat zij hadden geleerd en de feedback naar ons was éenduidig enthousiast . Die indruk werd de volgende dag nog bevestigd door Jacco : zij hadden de hele avond over deze ervaring  doorgepraat ! Smaakt , wat ons betreft , naar meer .

 

 

 

 

 

 

 

 

Frits Philips

Frits

De “Inner Game of Work “

De “Inner Game of Work ” van “willen” naar “moeten” …… en dan ?

Het zijn vaak – te vaak ! – venijnige processen die zich in mijn kop afspelen . Het begint altijd leuk : ik inventariseer enkele acties die mij aanspreken  omdat zij mij plezier geven , zinnig zijn of beide . Die schrijf ik op . Maar dan gebeurt het. Wat ik in eerste instantie echt wilde doen ontaardt ongemerkt in een reeks taken voor mijzelf die ik nu ineens moet verrichten .

Zo te horen aan het spraakgebruik om me heen ben ik niet de enige : heel vaak hoor ik  ” ik moet nog …..” . Als ik dan vraag van wie dat dan wel moet is het antwoord steevast ” van mezelf “ . Er is dus kennelijk een opdrachtgever en een uitvoerder in ons.  Bij mij gaan die vroeger of later met elkaar in de clinch : hoe meer het van de een moet , des te minder zin de ander heeft om het te doen . Zo gaat het plezier , dat ik er oorspronkelijk in had , er snel van af !

Het herinnert me aan de uitspraak van Byron Katie in haar boek ” Loving what is ” : ” when I want to suffer , I make myself a plan ! ” zij suggereert daarmee ook haar oplossing : ” schei uit met plannen maken. Doe gewoon elke keer wat voor de hand ligt ! “

Een enkele keer lukt het me om dit advies te volgen , simpelweg niets te plannen en van het ene op het andere ogenblik te doen wat me te binnen schiet , wat voor de hand ligt . Dit zijn meestal de plezierigste dagen , omdat zij me enorm veel tijd en energie besparen die ik anders verdoe aan twijfelen , uitstellen en onderhandelen met mijzelf ( opdrachtgever versus uitvoerder ) .

Hoezo lukt me dit niet vaker , als het zo goed bevalt ?

Antwoord : de opdrachtgever in mij wil er niet aan  dat de uitvoerder echt zal doen wat aan de orde is als hij de opdrachtgever – er niet ” bovenop zit ” . ” Een  mens met een beetje zelfrespect heeft die zaken toch zeker in de hand ! ” is zijn motto. Wat kan ik – als arbiter boven beide ” partijen ” doen , als ik merk dat ik mij – weer eens ! – saboteer ? Ik kan mijzelf – alsnog – ontslaan van elke verplichting om iets te doen van wat ik eerder heb opgeschreven . En daarmee – tot frustratie van de opdrachtgever – iedere illusie van beheersbaarheid los laten . Zo speel ik mijzelf vrij om in die herwonnen vrijheid  alsnog spontaan in beweging te komen . Dan kan het weer gaan stromen in me .  Ik hervind mijn eigen beweging en dat is de enige beweging die voor mij blijft werken.

Frits Philips

Frits

Eindhoven

September 2015

 

Bang om te oefenen.

Frits Philips jr.

Blog van Frits Philips

Eerst een bekentenis vooraf. Ik zie er tegen op om dit verhaal te schrijven. Het gaat namelijk – alweer !- over mijzelf: hoe ik mijzelf saboteer en van welke stupide smoezen ik mij bedien om recht te praten wat wezenlijk krom is.

Kortom, beste lezer, als jij daar zelf nooit last van hebt, bespaar jezelf de tijd en de moeite en stop nu rustig met lezen!

Waar gaat het om?

Ik merkte, dat ik enerzijds beweer( de), dat ik beter wil( de) gaan golven. Daar ook lessen voor nam en neem. Om dan vooral niet te gaan oefenen op het aspect, waar mijn mentale Achilleshiel zit: greenside Bunkerslagen. Daar kon, kan en wilde ik onlangs niet langer om heen: wat weerhoudt mij om dat te gaan oefenen?

Antwoord: angst!

Ik ben bang, dat het niet zal helpen, maar eerder verergeren. Zoals dat gebeurt tijdens een rondje golf. Dan krijg ik moeizaam toppend en met evenveel geweld als twijfel de bal uit de bunker…. en troost mijzelf dan met de gedachte, dat ik ook niet beter kan verwachten, als ik dit ook niet oefen. Zoals een middelbare scholier of student, die zich niet echt inzet, vrede kan sluiten met het feit, dat hij gezakt is, “omdat ik er ook niet echt mijn best voor gedaan heb “. En zo hield en houd ik mijzelf voor de gek!

Tot ik ermee ophoud,omdat ik er de waanzin van ervaar,” doorleef “. De “Inner Game ” draait voor mij om – vrij van oordeel – op het moment zelf  waar te nemen, wat er speelt. Hoe kwetsend dat ook voor het Ego is, ook! En om mijzelf toe te staan om met deze zelfsabotage door te gaan, totdat “de knop ” bij mij vanzelf opgaat. Dat is de paradox: dat verandering van houding en gedrag plaats vindt bij de gratie van (zelf -) acceptatie. Daar word ik niet trotser van, wel wijzer…. zo nu en dan.

Ik spreek mijzelf dan wel weer moed in met de gedachte, ontleend aan schrijver Ron Smotherman:

“I can only be as great, as I can admit being small “

P.S.

Dit verhaaltje heb ik geschreven, een dag voordat ik ging oefenen. Natuurlijk was ik benieuwd, wat ik zou gaan oefenen. En, ja hoor, ik durfde de bunker in, oefende 2 maal 10 ballen, waarvan ik de meeste wel uit de bunker kreeg (vraag niet hoe!), maar kwam snel tot de conclusie, dat ik “het ” nog niet echt door had …. en dus nog een les van pro Marcella nodig heb:  no big deal!

Maar deze angst heb ik in ieder geval overwonnen.

En dat is ook al wat, al was het niet waar ik op gehoopt had.

Frits Philips jr.

Juni 2015

les nederigheid

Wederom een les in nederigheid

Les nederigheidI know what it’s about 

“Master, Master”, roept een jonge monnik in een Zen-cartoon, “I know what it’s about!”
De Meester luistert. “It’s about the here and now!” roept de leerling uit. Waarop de Meester uithaalt en de leerling een draai om zijn oren geeft. En waarom? Omdat de leerling dat op dat moment juist niet was.

Draai om mijn oren
Tijdens mijn laatste potje golf heb ik mijzelf ook zo’n draai om mijn oren uitgedeeld. Het was geheel onbedoeld en later drong het pas tot me door. Opnieuw probeerde ik de Inner Game te gebruiken om mijzelf als speler “waar te maken”. Echter met alle averechtse gevolgen van dien.

Waarmaken
Wat een absurd idee eigenlijk: mijzelf waarmaken. Want wat waar is, hoeft niet waar te worden gemaakt. En wat niet waar is, kan niet waar worden gemaakt.
Toch wilde ik het zo goed doen. Gebruikmakend van wat ik dacht te hebben geleerd. Inner Game is geen truc, geen manier van doen. Inner Game is een grondhouding, een manier van zijn. Maar dat betekent wel dat ik me onthecht van de behoefte om te scoren. Om alles te willen beheersen.

Recept voor ellende
Juist omdat het zo nodig moest, liep het voor geen meter. Vooral het denken tijdens de slag bleek weer een probaat recept voor ellende. Geen plezier, slecht resultaat, steeds onzekerder en weinig leren. Wanneer ik een hole won, dan was dat doordat mijn tegenstander nog beroerder speelde. Holes werden op deze manier niet gewonnen, maar verloren.

Mezelf overwinnen
Halverwege het spel zag ik mijn eigen waanzin onder ogen en sloot er vrede mee. Het is nu zoals het is. Ik hield op mijzelf te bestrijden. Er kwam zowaar weer wat muziek en regelmaat in mijn spel. Ik wist zelfs de laatste twee holes te winnen en zo uiteindelijk gelijk te spelen. Dit was vooral te danken aan de missers van mijn tegenstander. Niet iets om echt trots op te zijn. Gek genoeg was ik toch enigszins voldaan. Ik had in ieder geval mijzelf overwonnen.
Zoals Gandhi zegt: “Voor mij is de echte held niet degene die zijn tegenstander verslaat, maar die zichzelf overwint”. Moge dit een troost zijn voor anderen, die zichzelf – in golf of in het leven- regelmatig voor de voeten lopen.

Frits Philips jr. maart 2015

Golfbericht en inzicht vanuit Bali

Frits kleurfoto

Geleende clubs en een verkoelend briesje:

Ik ben uitgenodigd door drie gezellige golfvrienden. Het is een graadje of dertig. Het briesje dat van tijd tot tijd opsteekt, brengt wat verkoeling. Ik speel met geleende clubs op een onbekende baan maar wel met een handicart. Deze is verplicht vanwege de grote afstand tussen de banen. Evenals een caddy die functioneert als blindengeleidehond. Die komt me maar wat goed van pas.

Poging na poging

Ik heb twee maanden geen golf gespeeld en doe enorm mijn best. Helaas met averechts resultaat. De ene gênante poging volgt de andere op. De eerste drie holes neem ik de bal op voordat ik de green bereikt heb. Ik wil het tempo niet ophouden voor een score die er niet toe doet.

Acceptatie
Ik houd mezelf voor dat ik het niet volhoud om zo 18 holes te spelen. En waar is dit goed voor, behalve voor mijn nederigheid? Het antwoord op die vraag komt onmiddellijk. Acceptatie. Ik heb te accepteren dat het gaat zoals het nu gaat. Ik hoef me hier niet (langer) tegen te verzetten.

Focus
Zoals Byron Katie zei: “When you argue with reality, you lose but only 100 % of the time.” Deze ontnuchterende gedachte geeft me rust. Ik stop met heel hard proberen. Ik richt mijn aandacht op vertrouwde punten. In hoeverre houd ik mijn linkerarm recht bij de take-away? In hoeverre blijft mijn hoofd bij de backswing boven de bal? In hoeverre zijn mijn armen bij de downswing volgend (of leidend)? Ik breng focus aan.
Er komt zowaar weer wat muziek in mijn spel. Niet bij elke slag, maar het is bemoedigend genoeg. Deze positieve ontwikkeling zet zich door in de holes die volgen. Tot de vermoeidheid toeslaat. Gelukkig mag ik volgende week weer mee. En ja hoor, dan begint het weer op golf te kijken. Tot mijn verbazing win ik zelfs een potje.

Wat kan ik hiervan leren?

Onvoorwaardelijke acceptatie
Acceptatie is een voorwaarde voor verandering. Acceptatie was nodig om een belerende houding (ten opzichte van mezelf) om te zetten naar een lerende houding. Dat is waar het om gaat bij de Inner Game. Goed of fout bestaat dan niet. Er is wat er is. Punt.

Evenwicht
Bij de Inner Game gaat het om een evenwicht tussen ontspanning en concentratie. Te veel ontspanning zorgt bij mij voor slordigheid. En te veel concentratie maakt me krampachtig. Ik zoek naar een evenwicht.

Loslaten
Loslaten en vertrouwen is een voorwaarde om waar te nemen wat er gebeurt. Dat is zo veel makkelijk gezegd dan gedaan.

Een manier van zijn
De Inner Game is geen truc die je inzet om beter te gaan spelen. Het is geen manier van doen maar een manier van zijn. Het is een grondhouding. Mijn behoefte om te beheersen moet ik loslaten. Dat maakt het lastig.

Maar gelukkig niet onmogelijk.

Bali, februari 2015

 

Doe – opdacht versus waarnemingsoefening

Frits Philips jr.Vanuit Inner Game bezien: doe – opdracht versus waarnemingsoefening.

Blog Frits Philips jr.
Op mijn broer – ook als golfmaat !- kan ik rekenen.

“Je buigt je linkerarm bij je backswing: die moet je recht houden!” zegt hij tegen mij.
Hij heeft een scherp oog voor wat ik “fout” doe …. en zal mij daar dan ook ogenblikkelijk op wijzen. Met de opperbeste bedoeling om mij te helpen mijn beste spel te spelen.
Natuurlijk heeft hij gelijk: zo krijg ik geen betrouwbaar resultaat. Maar het duurde toch een tijd – totdat ik me weer vertrouwd gemaakt had
met de “Inner Game “- voordat ik mijn voordeel kon doen met zulke suggesties. Want hoe meer ik – in die tussentijd – probeerde dit soort suggesties toe te passen, hoe minder er van terecht kwam: “Trying fails!” stelt Tim Gallwey, de grondlegger van de “Inner Game” dan ook. Waar zit ‘em dat in?

Als ik een “doe-opdracht” krijg – van een ander of van mijzelf – roept die vanzelf twijfel op: “gaat dat mij lukken of niet?” En zo’n prestatiespanning loopt mij voor de voeten, als ik ontspannen en geconcentreerd wil waarnemen, wat er precies gebeurt op het moment van de handeling. Ik neem mogelijk nog wel waar, of ik mijn arm heb gebogen, maar niet wanneer dat buigen precies begon en in welke mate dat gebeurde. Logisch, want daar had ik mijn aandacht ook niet op gericht!
Maar om te leren van mijn ervaring heb ik wel die verfijnde feedback nodig. En die krijg ik niet, wanneer mijn aandacht op een prestatiedoel (“houd je arm recht!”) gericht is.

“Wat dan wel, zul je terecht vragen, vanuit de Inner Game”

Wil ik zo nauwkeurig en gedetailleerd waarnemen, wat er tijdens de handeling precies gebeurt, dan heb ik allereerst vrede te sluiten met het feit, dat het is zoals het is. Ik heb de neiging om mijn arm te buigen, als ik mijn club wegneem van de bal. Zoals Deepak Chopra zegt: “acceptatie is – paradoxaal genoeg – een voorwaarde voor verandering.” Alleen vanuit die waardevrije houding kan ik verwachten, dat ik ook waarde vrij, ontspannen en precies waarneem, wat er gebeurt. Vandaar dat er in de visie van de “Inner Game” niets “goed” is of “slecht”, er is alleen maar, wat er is: punt!

Vanuit die waardevrije houding bouw ik de “doe – opdracht” om in een waarnemingsoefening.
“Kijk zo nauwkeurig mogelijk, waar mijn club is, wanneer mijn arm begint te buigen” of “Kijk naar de mate, waarin mijn arm buigt, op een schaal van 0 (= niet) naar 5 (= maximaal).” Wat mij aanspreekt in een waarnemingsoefening, is dat die geen spanning oproept, omdat hij niet “fout” kan gaan. Hooguit heb ik niets waargenomen…. en dat heb ik dan toch maar mooi waargenomen!

Dóór naar de volgende drive, approach, chip of putt – oefening!

Het probleem van elke golfspeler is, dat hij het zo snel mogelijk “goed” wil doen…. en daar wil elke golfpro – alsook mijn broer! – ons mee helpen. Dat streven werkt vaak juist belemmerend, wanneer het ons gaat om te leren van onze ervaring, waar we ons met de “Inner Game” onder andere op richten.
Maar ook daar is, vanuit de “Inner Game” niets verkeerd mee: alleen spelen we dan de “Inner Game” niet .

Frits Philips – December 2014